Horstroute

U fietst door een agrarisch cultuurlandschap ten westen van Putten en Ermelo. Landbouw is hier in de buurtschappen al eeuwenlang het voornaamste middel van bestaan geweest. Het gebied ligt op de rand van de Noordwest-Veluwe en de Gelderse Vallei. Mooi aangeduid met de benaming Veluwse Vallei die u onderweg tegen zult komen. Het is een afwisselende tocht die alleen verschillende varianten van het boerenland op de overgang van het Veluwemassief naar de voormalige Zuiderzeekust laat zien, maar ook de dynamiek en de verscheidenheid van het boerenbedrijfsleven. U komt onderweg boerderijen in alle soorten en maten tegen. Van idyllische boerenhoeves met hooiberg en bakhuis tot hypermoderne bedrijfswoningen met grote schuren en silo’s.

  • Startpunt: NS station Putten
  • Overige startmogelijkheden: Strand Horst

Om op de Horstroute te komen gaat u vanuit station Putten rechtsaf de Stationsstraat op. U neemt de eerste weg rechts, Rimpelerweg en u bent op de route. Het station van Putten ligt eigenlijk op een vreemde plaats, zo ver van de bebouwde kom af en midden in het boerenland. Dat komt omdat de aannemer van de spoorlijn bij de aanleg in 1863 erop uit was om zo min moge­lijk geld uit te geven aan de verwerving van grond. Hij kon hier goede zaken doen met de eigenaar van een landgoed. Die bedong op zijn beurt dat het sta­tion in de buurt van zijn huis moest komen. Putten was in die tijd een gemeen­te met ongeveer 4000 inwoners, waarvan er in het dorp Putten zelf zo’n duizend woonden. Ideaal was de situering van het station toen dus ook al niet. De Puttenaren moesten minstens een half uur lopen om het station te bereiken

Vroeger lag er in de wijde omgeving van Putten een fijnmazig netwerk van kerkpaden. Daar is nu vrijwel niets meer van over, hier en daar nog een restant. Het waren smalle voetpaden die dwars door weilanden, akkers, bos­sen of hei in de richting van de kerk -het centrum van de wereld -liepen. Sommige kerkpaden vormden een keten tussen een grooc aantal oude boerderijen, terwijl andere paden een directe lijn trokken van éen boerderij naar de kerk. Het Huinerkerkpad (1) nu fietspad -verbond boerderij ‘Blarinckhorst’ in buurtschap Gerven in één lange rechte lijn met het dorp Putten. Huinen, dat ooit in een oud veengebied lag heeft z’n naam te danken aan de aanwezigheid van veenachtige poelen. Op de hogere dekzandruggen in Huinen was echter al in de vroege Middeleeuwen bewoning aanwezig. Het is een omvangrijk buurtschap. In de 19e eeuw lagen in het gebied ten zuiden van de spoorlijn waar u omheen fietst nog uitgestrekte heidevelden, die beheerd werden door de Huinermalenschap. De Huinerbroek (2) is nu een typisch ontginningsland­schap met kaarsrechte kavels en wegen. Hee is eind 19e eeuw ontstaan toen de woeste gronden van de maalschap werden verdeeld en het land in cul­tuur werd gebracht.

U fietst langs de rand van landgoed Heil (3) een prachtig gebied met oude kloosterhoeves als Klein Boeyen en Groot Boeyen, een aangename afwisse­ling van bos, akkers, houtwallen en weilanden. Het is de moeite waard om hier even van de fiets af te stappen en een van de voor wandelaars openge­stelde paden naar zo’n boerderij in te lopen. Even voor de spoorlijn komt u nog langs een restant ‘onland’ in het Halvinkhuizerveld. Vergraste heide, waar schapen moeten zorgen dat de vergrassing wordt teruggedrongen. Na het spoor komt de route weer door een totaal ander type landschap.

Het landschap is meer open, u fietst in de buurt van de vroegere zeekust. Iets ten westen van Steenenkamer lag vroeger een belangrijke losplaats aan de Zuiderzeekust; Nulde (4). Hiervandaan werden boekweit, hout en an­dere bosproducten verscheept naar Amsterdam en uit Holland werd hooi en turf ingevoerd voor de boerderijen in de achtergelegen buurtschappen, waaronder Telgt.

U passeert kasteel Vanenburg (5) Het pand is gebouwd rond 1850, maar komt al meer dan 600 jaar in historische documenten voor. Tijdens de Franse Revolutie, in 1795, werd het oorspronkelijke landhuis in brand gestoken en verwoest door een anti-Oranje gezinde menigte, die de toenmalige eigenaar te koningsgezind vond. In mei 1996 werd het kasteel verkocht aan een bedrijf uit Barneveld.

Opvallend is hier het grote aantal wegen dat van oost naar west loopt. De boerderijen in de buurtschappen werden zo verbonden met het lage kust­gebied. Via deze wegen, die ook wel koestegen of hooiwegen werden genoemd, bracht de boer zijn vee naar de weilanden langs de kust of in de polder en vervoerde hij hooi. In het voormalige kustgebied van de Zuiderzee is een eeuwenlange strijd gevoerd met het water. De eerste zeedijken werden omstreeks 1300 aange­legd. In de volgende eeuwen kwamen er desondanks nog talloze overstro­mingen voor. Niet voor niks zijn veel boerderijen langs de kust op terpen of horsten gebouwd. Of ze lagen verscholen achter dijkjes, die om het erf werden aangelegd. Het valt op dat de oudere boerderijen met de voorgevel naar het westen staan, de richting, waaruit de stormen te verwachten waren. Mooi voorbeeld van een omdijkte boerderij is ‘Groot Dasselaar’ (6).

Het paadje waarover het fietspad langs de boerderij Grols Erf is aangelegd (vanouds het Grolserfwegje). verbond het erf vroeger met de weg Nijkerk­-Harderwijk. Grols Erf was een van de grotere boerderijen in Horst (7). Het boerenerf bestond rond 1830 uit de boerderij, een hooiberg, een schuur en een schaapskooi. De laatste was rond 1890 verdwenen. In 1908 werd er een bakhuis bijgebouwd. In 1995 is een nieuwe woning op het erf gebouwd. De oude boerderij staat er nog. Het voorhuis is wat hoger dan de rest van het gebouw, wat je hier niet zo vaak ziet.

Tot voor kort was er maar weinig bekend over de buurtschap Telgt. Telgt was eeuwenlang een dunbe­volkte boerenbuurt, die door de biggen- en eiermarkt een sterke binding mee Putten had. Schriftelijke documenten bleken nauwelijks voorhanden. Boerderij Groenewoud (8). is een van de bouwwerken die buurtschap Telgt sinds vele jaren kenmerken. Groenewoud is een typische boerderij van het hallehuistype met langsdeel en rieten­wolfsdak ( 1910). Binnen de erfbeplanting vinden we een bakhuis en een 5- roedige kapberg. De hoeve is oorspronkelijk gesticht in de 17e eeuw.

Tussen Ermelo en Putten, aan de rand van de Groevenbeekse Heide en tegenover het landgoed Oud-Groevenbeek ligt de blauwe bessenkwekerij ‘De Pollekamp’ (9). De gekweekte blauwe bes is familie van de wilde bos­bes. In de oogsttijd van begin juni tot half september kunt u op de kwekerij blauwe bessen kopen.  Bosbessensap is als bekend Veluws huismiddeltje bij maag-en darmklachten en diabetes natuurlijk ook te koop. Dat de blauwe bessen al veel langer een typisch Veluws product zijn moge volgens de Pollekamp blijken uit het volgende  17e eeuwse rijmpje: ‘Harderwijk is een stad van negotie, men verkoopt er bokking, blauwbessen en bullen van pro­motie’.

Meer informatie:

>> Download de route als pdf

Horstroute-valleiroute

Maalschappen

De boerderijen in de oude tijd bestaan enkel uit akkertjes. Het vee wordt geweid op de lagere broekgronden en op de heide, waar ook de plaggen om mest te maken vandaan komen. Door bevolkingstoename en uitbreiding van de landbouw wordt de spoeling steeds dunner. Sinds de 14e eeuw worden daarom afspraken gemaakt over het vee dat geweid wordt en over de hoeveelheid plag­gen die gehaald mag worden en waar die gehaald mag worden. leder krijgt naargelang de grootte van z’n bedrijf z’n begrensde hoeveelheid (z’n maal) uit de gemeenschappelijke woeste grond en bossen. Het beheer van die maal­schappen komt in handen van gekozen maalmannen o( veldgraven.

In de loop van de vorige eeuw werden alle in deze gemeente bestaande maal­schappen opgeheven en werden de molengronden onder de geërfden verdeeld. De Huinermalenschap was een van de grootste in de omgeving van Putten. Deze werd pas in 1861 opgeheven.

Landbouw

Landbouw is in de gemeente Putten eeuwenlang het voornaamste middel van bestaan geweest en de beoefening ervan in dit deel van de Gelderse Vallei is bij­zonder divers. Dat heeft misschien alles te maken met het in deze streek historisch gewortelde, (kleine) gemengde bedrijf Meestal was het hord ploete­ren voor een klein gewin. Een bedrijfsgrootte tussen de een en drie hectare was lange tijd heel gewoon. Hee hele gezin werkte mee op de boerderij. Pas begin 20e eeuw werd een begin gemaakt met ontginningen op grotere school, waar­door de agrarische bestaansbasis een stuk breder werd. Sommige boeren ver­zetten zich nu nog bewust tegen specialisatie en schaalvergroting. Wanneer je hier rondfietst, kun je je nauwelijks voorstellen dat het slecht gaat met de agra­rische sector. Maar misschien heeft dat ook wel met de mentaliteit van de boeren te maken, die zoals ze het zelf zeggen ‘niet klein te krijgen’ zijn.